Leesboekje schrijven, deel 1
Door Rian Visser
Zaterdag 28 Augustus 2010
Eind juli vroeg uitgeverij Zwijsen of ik een leesboekje wilde schrijven in de serie Zoeklicht. Het technisch leesniveau van die boekjes is laag in vergelijking met de inhoud; het zijn dus boekjes voor kinderen die moeilijk kunnen lezen, maar geen kinderachtig verhaal willen. Ik heb al eerder in deze serie een spannend jongensboek geschreven, maar nu wilden ze van mij graag een boek voor meisjes. De tekst moest eind september klaar zijn. Eind augustus zou ik al de titel en flaptekst moeten inleveren. En of ik meteen kon zeggen wie het moest gaan illustreren. Natuurlijk mocht ik wel een dag nadenken of ik het wilde gaan doen.
Ik krijg vaak zulke verzoeken en regelmatig zeg ik nee. Ik begrijp niet dat die planningen altijd zo krap zijn. Maar ach, ik zou in augustus toch drie weken op kampeervakantie gaan en dan kon ik best een verhaal bedenken. Dus ik zei ja. En stelde voor dat Caroline van Pelt het zou gaan illustreren. Zij kan leuk voor meisjes tekenen en heeft ook mijn leeskoffertje Haan, kip en hoen geïllustreerd. Ik zag meteen een soort computerspel voor me, waarin twee meisjes een avatar van zichzelf maken en leuke kleren, tasjes en dergelijke voor hun alter ego’s kopen. Het boek moest gaan over dingen willen hebben versus andere waarden.
Het voordeel van werken onder druk is dat er weinig tijd is om te twijfelen. Er moet gewoon een verhaal komen. Misschien wordt het niet mijn beste boek, maar het lukt vast wel om iets leuks te bedenken, spreek ik mezelf voortdurend bemoedigend toe. Dat werkt eigenlijk beter dan wanneer ik alle tijd heb en me voorneem om nu eens mijn beste boek te gaan schrijven. Mezelf onder kwaliteitsdruk zetten is een grotere handicap dan gewoon tijdsdruk.
Ik heb altijd een schrijfblokje bij me en krabbelde daar in mijn vakantie af en toe wat dialogen in. Vaak begin ik met dialogen, bedenk wat ruzies en hoe mijn personages van elkaar verschillen. Ze moeten ook wat doen, dus ik bedenk problemen en hoe mijn personages daarop reageren. Soms schrijf ik een scène helemaal uit, soms alleen wat beschrijvende zinnen alsof ik een scenario opstel. Soms schrijf ik in het licht, maar vaak ook in het donker, half slapend. Ik heb me geoefend met blind schrijven in bed en de volgende ochtend blijkt dat heel goed leesbaar en staan de zinnen redelijk onder elkaar.
In de eerste fase van een boek is het prettig nergens moeilijk over te doen: niet over de stijl, de tijd, het perspectief, mijn handschrift of de volgorde van het verhaal. Gewoon doorschrijven en zorgen dat leuke ideeën de ruimte krijgen om zich te melden.
Ik houd wel een beetje rekening met het opgegeven technisch niveau: in dit geval AVI E3. Hierin mogen alleen woorden met één of tweelettergrepen, en van de laatste maar een heel beperkt aantal. Mijn verhaal gaat over twee vriendinnen, maar het woord vriendin is verboden. Eigenlijk zijn ze BFF, maar of ik die term mag gebruiken is nog de vraag. Ze doen een computerspel, maar dat woord kan ik natuurlijk niet gebruiken. Gelukkig komen er tekeningen bij. Caroline moet straks maar tekenen wat ik niet kan schrijven.
Bij thuiskomst ben ik het verhaal gaan typen achter de computer en daarbij let ik nu wel op stijl, perspectief e.d. Ik gebruik nog geen aanhalingstekens, want dat vind ik teveel gedoe. Die voeg ik later wel toe. Afgelopen week heb ik het verhaal voor de helft uitgeschreven. Gisteren kwam er een mail van uitgeverij Zwijsen of ik eraan denk dat maandag de titel en flaptekst ingeleverd moeten worden.
Lees ook het tweede artikel van Rian, waarin ze beschrijft hoe het boek verder geschreven en geïllustreerd wordt.
© Rian Visser

